fbpx

Hoewel we niet veel kleine dorpjes aandoen maar vooral bij ‘grote’ steden onze wedstrijden afwerken, lijken wij als lange blanke mensen toch een behoorlijke bezienswaardigheid. Ben je blond, met blauwe ogen en langer dan 1 meter 90, dan is het helemaal raak en mag je voor en na de koers minstens met 20 Chinezen op de foto. Wat ook opvalt is dat vrijwel iedere Chinees, rijk of arm, een smartphone heeft. Foto’s maken is aan de orde van de dag, ook al hebben ze geen idee wie ze nu eigenlijk fotograferen. In hun ogen zijn wij professionele atleten en daar ga je na een tijdje ook zelf in geloven.

Dit komt onder meer ook door de kwaliteit van de hotels waarin we ondergebracht worden. Het betreft voornamelijk 4- en 5-sterren hotels, hoewel deze sterren niet op dezelfde manier verdeeld worden als die in Westerse landen. Wielrenners meten de hoeveelheid sterren vooral af aan de volgende drie dingen: de beschikbaarheid van (snel, stabiel) wifi, de kwaliteit van het eten en de zachtheid van het bed. Meestal in die volgorde. Internet is thuis vanzelfsprekend, hier nogal een opgave. Het eten is meestal wel goed, maar totaal niet te vergelijken met de Chinees zoals je die in Nederland hebt. Zo is de meeste groente in de olie gefrituurd, kun je rauwe groenten beter laten staan, wordt vlees met bot en al in stukjes gehakt en gekookt en heb je ook nog wel eens kans dat er een kippen- of vissenkop je aan ligt te staren vanuit de buffetbak. Chinese bedden zijn ook berucht. Dit heeft soms te maken met de beperkte lengte (de meeste gebruikers zijn niet zo lang), maar vaker is het gewoon net een houten plank. Omdraaien van het matras helpt meestal wel. Tenminste, dat zeggen we altijd tegen iedereen die klaagt over een te hard bed. Als ze de moeite nemen om hem om te draaien en er vervolgens achter komen dat de andere kant minstens zo hard is kunnen we er in ieder geval even goed om lachen.

Etappe 4 – Hengfeng Shangrao
In al die jaren dat ik naar deze koers ben geweest was de etappe in Shangrao degene die mij het minste lag. Het parcours wisselt nog wel eens maar meestal zit er wel wat klimwerk in. Zo ook dit jaar, en niet het minste. Met een relatief vlakke aanloop van 85 kilometer, gevolgd door een 1e categorie en een buitencategorie klim kan deze etappe gerust het etiket Koninginne-rit opgeplakt krijgen.
De aanloop naar de twee klimmen werd gekenmerkt door het jagen van de Nederlandse Monkey Town-ploeg van Sven van Luijk. Zij hadden de kopgroep van 17 gemist en hadden bovendien met Jasper Ockeloen snode plannen om de leiding in het klassement te grijpen. Een paar kilometer voor de klim begon werden de ontsnapten gegrepen waarvan ik dankbaar gebruik maakte om de laatste tussensprint te pakken. Hiermee breidde ik mijn voorsprong in het sprintklassement* verder uit. Ik kon mijn ploeggenoten Bob en Logan vooraan afzetten waarna ook voor mij het afzien begon.
De eerste klim was met een lengte van totaal 6,5 kilometer nog goed te doen. Het gemiddelde stijgingspercentage van 6,3% vertekende wel een beetje omdat vals plat werd afgewisseld met percentages in de dubbele cijfers. Terwijl ik mezelf omhoog harkte werd voorin de koers hard gestreden. Bob reed helaas al vroeg lek waardoor een goede klassering verkeken was. Sven en Jasper wisten voorin boven te komen en stortten zich in de afdaling om druk te zetten op de mindere dalers in de groep. Slechts één renner wist te volgen, maar de pechduivel leek dit keer ook mee te zitten. Jasper reed lek en Sven stond zijn wiel af om de klassementskansen van zijn kopman in leven te houden. Na de technische afdaling vormden zich enkele kleine groepjes, maar deze spatten op de volgende klim weer snel uit elkaar.
De tweede klim was namelijk nog een slag zwaarder, een echte monsterklim. Na een paar kilometer aan 3% volgde een slopende 4,5 kilometer aan 10,2% gemiddeld. Ook hier speelde de onregelmatigheid van de klim een belangrijke rol, want de steilste stukken gingen aan dik 20% omhoog. Het was niet vreemd dat er dus ook enkele renners afstapten om een stukje te voet af te leggen. Dit bleek niet eens een hele slechte keuze omdat fietsen misschien nog wel trager ging. Voor de mindere goden in het peloton, inclusief mijzelf, was het dus een kwestie van doorbijten, zigzaggen en korte sprintjes trekken op de aller-steilste stukken.
Aan de kop van de koers was Jasper inmiddels teruggekeerd aan het front met Sven een paar minuten daarachter. In de lastige, technische afdaling zat de pechduivel nog steeds bij Jasper op de bagagedrager. Hij schatte een bocht verkeerd in en moest volledig tot stilstand komen waarna zijn band klapte. Dit keer reed Sven wel door en wist hij uiteindelijk als 10e te finishen, op dik 3 minuten van de winnaar. Verder naar achter reed Bob nog een sterke afdaling om op de 33e plek te finishen. Ikzelf moest het doen met de 50e plek van 80 uitrijders. Hopelijk is hiermee het ergste achter de rug.

*: Voor het sprintklassement tellen punten die behaald worden bij tussensprints, de eindsprint telt niet mee. Per etappe zijn er twee of drie sprints, waarbij 5, 3, 2 en 1 punt te verdienen zijn. De leider draagt een oranje/geel tricot met bijbehorende gele helm.